«« Spinozisten haasten zich de eeuw uit
Begin
Plasterk draagt bij aan Spinozahuis »»

Red het Spinozahuis

directe link naar dit bericht link naar de reacties rubriek: vereniging

In Rijnsburg woonde de filosoof, van 1661 tot 1663. Dat huis is in bezit van Vereniging Het Spinozahuis. Maar de staat ervan is erbarmelijk, dringend moet er gerestaureerd worden. En dat kost geld, honderdduizend euro. Dus wie kan helpt het Spinozahuis de volgende winter door!

Het Spinozahuis in Rijnsburg, vlakbij Leiden, is wegens vergaand verval al vier jaar gesloten. Het zeventiende-eeuwse huisje waar Nederlandse bekendste filosoof Baruch de Spinoza (1632-1677) lenzen sleep en werkte aan zijn beroemde boek Ethica, staat weg te rotten. De kozijnen zijn kapot.

Het dak laat vocht door. Stenen zijn verkankerd. Ramen zijn kapot. „We moeten restaureren, maar we hebben geen geld genoeg”, vertelt Theo van der Werf, secretaris van de Vereniging Het Spinozahuis, een particuliere vereniging die het pandje ooit kocht en sindsdien beheert.

Het pand is Rijksmonument. „Maar dat betekent niet dat we subsidie krijgen”, aldus Van der Werf. Ze hebben het geprobeerd bij de provincie: geen geld. Bij de gemeente Katwijk: geen geld. Én bij bedrijven in de omgeving: geen geld.

Niemand is bereid de ruim honderdduizend euro op tafel te leggen die de vereniging nodig heeft het Spinozahuis te restaureren. Een comité van aanbeveling met bekende namen, van J. Cohen tot J. Wolkers, hielp ook niet. En dat terwijl het een van de weinige historische plaatsen is waar iets direct aan Spinoza herinnert. Hij leefde er, nadat hij uit zijn geboorteplaats Amsterdam verjaagd was, als kostganger bij een chirurgijn, van 1661 tot 1663. Hij werkte er, en ontving geleerden, om te praten over zijn omstreden opvatting dat God niet bestond, evenmin als wonderen, en dat het doel van de staat de vrijheid is.

Hij schreef er en sleep er lenzen. In de museumkamer staat een slijpbank voor lenzen.

Ook de gereconstrueerde bibliotheek van Spinoza is er te vinden, in zijn werkkamer.

In de negentiende eeuw werd het huis door Spinoza-liefhebbers gekocht. Sindsdien functioneert het als museumpje. Einstein kwam er nog kijken, in 1920. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloten de Duitsers het museum, en van 1943 tot 1945 dook een joodse vrouw met kinderen er onder. Nu zijn de twee museumkamers redelijk intact, maar de rest van het huis is vochtig en beschimmeld. Het is 20 jaar geleden voor het laatst gerestaureerd. „We zijn al jaren niet meer open, terwijl er veel bezoekers kwamen. We willen het restaureren en verder in oude staat terugbrengen”, vertelt Van der Werf. Alleen op afspraak kun je er nog even in. „Hirsi Ali is op de dag voordat ze naar Amerika vertrok nog geweest, om met een paar vriendinnen afscheid van Nederland te nemen.”

De staat van het Spinozahuis is erbarmelijk.

En nu er in Spinoza’s geboortestad Amsterdam met succes geld wordt ingezameld om een monument voor Spinoza op te richten, wil Van der Werf graag ook het armlastige monument onder de aandacht brengen, in de hoop dat mensen wijs genoeg zijn om steun te verlenen. Want staat er niet op de gevel van het Spinozahuis in Rijnsburg: ‘Ach!Waren alle Menschen wijs, en wilden daarbij wel! De Aard waar haar een Paradijs, Nu isse meest een Hel.’

Voor contact en informatie: vspinoza@xs4all.nl

Door Paul Steenhuis, uit NRC van heden.

Comments (3)

Leon:
Betoverende stilte als bron van wijsheid

Door Michel Krielaars, uit NRC, 29 maart 2001

RIJNSBURG. ,,Hier staat hij mooi op, met dat lange haar'', zegt mevrouw Van Dam. Trots wijst ze naar een van de vele portretten van Baruch de Spinoza in het oude daglonershuisje waar de filosoof tussen 1661 en 1663 heeft gewoond. Al zo'n halve eeuw is ze er de beheerder en sinds de dood van haar man, acht jaar geleden, geldt ze als de enige officiŽle bewoner.
,,Ik woon hier voor niets,'' zegt ze, ,,als ik er maar voor zorg dat ik iedere dag tussen tien en twaalf en tussen twee en vier thuis ben om bezoekers te ontvangen.''

Die bezoekers hebben het niet makkelijk als ze op de Spinozalaan uit de bus stappen en door de chauffeur naar een troosteloze nieuwbouwwijk uit de jaren zestig worden gedirigeerd. Uit niets is op te maken waar het internationale middelpunt voor de studie van Spinoza's leer en leven zich precies bevindt. Pas na een kwartier tussen de monotone flatgebouwen en eengezinswoningen te hebben gedwaald, duikt het 17de-eeuwse huisje ineens op, nog net niet weggedrukt door de lelijke nieuwbouw. Het is bijna een postume belediging voor een wijsgeer, wiens ideeŽn de Nederlandse samenleving drieŽnhalve eeuw na hun conceptie alsnog zou moeten aanhangen om de huidige plagen te kunnen bestrijden.

Toch trekt het Spinozahuisje jaarlijks maar zo'n zeshonderd bezoekers, waarvan er tweehonderd uit het buitenland komen. Het zijn voornamelijk bewonderaars, die de dagelijkse omgeving van hun held willen proeven of er komen studeren. Het gastenboek meldt de komst van tal van beroemdheden, zoals in 1920 die van Albert Einstein. Ironisch genoeg staan er ook de namen in van de joodse vrouw en haar dochter, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het huisje waren onderdoken.

Pas eind negentiende eeuw ontdekte men waar Spinoza precies in Rijnsburg had gewoond, toen een notitie werd gevonden van een 18de-eeuwse Amsterdamse chirurg. Hierin stond dat het bewuste huis een gevelsteen had met enkele dichtregels van de 17de-eeuwse dichter Dirck R. Camphuysen: `Ach! Waren alle Menschen wijs,/ En wilden daarbij wel!/ De Aard waar haar een Paradijs,/ Nu isse meest een hel.' Het huisje werd aangekocht door een schare bewonderaars, die de Vereniging Het Spinozahuis oprichtte en het in 1899 als museum voor het publiek openstelde.

Dankzij een boedelbeschrijving van alle bezittingen die Spinoza bij zijn dood in 1677 had, kon diens bibliotheek worden gereconstrueerd, die een unieke verzameling boeken bevatte met onder meer werken van Hobbes, Machiavelli, Erasmus en Descartes. Verder hangen er verschillende portretten van Spinoza en staat een tafel met een lessenaar erop. In een zijkamertje bevindt zich een kopie van de werkbank voor het slijpen van lenzen, waarmee de wijsgeer in zijn levensonderhoud heeft voorzien. ,,En daar is koningin Juliana'', zegt een nog veel trotsere mevrouw Van Dam als ik mijn blik over de kleine vitrine laat glijden, waarin aan de hand van foto's en documenten de geschiedenis van het huisje wordt verteld.

Het licht dat door de kleine glas-in-loodramen naar binnen valt maakt van de bibliotheek bijna een schilderij van GabriŽl Metsu of Johannes Vermeer, waarop een verstilde wereld is weergegeven. Menno ter Braak, die in mei 1935 in Rijnsburg was, ervoer het volgens zijn verslag in het dagblad Het Vaderland net zo: ,,Een lage, kleine kamer, waarin de zon viel door kleine ramen. (...) En verder niets dan zon en stilte, zo intens, dat men niet weet, of men er wel kan blijven staan; intense stilte noopt tot zitten.'' In de zesenzestig jaar die inmiddels zijn voorbijgegaan is er wat dat betreft niets veranderd. Dat geldt ook voor de bereikbaarheid van het huisje, want zelfs Ter Braak had moeite het te vinden, zo afgelegen lag het in die tijd.
Ter Braak merkte in zijn verslag ook op dat de stilte waarin Spinoza zich had teruggetrokken voor een groot deel een gedwongen stilte was. De in 1632 geboren Spinoza, zoon van een rijke joodse koopman die in 1593 uit Portugal naar het tolerante Amsterdam vluchtte, was op zijn drieŽntwintigste door het rabbijnencollege geŽxcommuniceerd wegens zijn afwijkende geloofsopvattingen. Zo had hij de onsterfelijkheid van de ziel en het bestaan van God ter discussie gesteld. Het was een revolutionaire daad, die hem op jonge leeftijd behalve de wrok van zijn geloofsgenoten ook internationale roem opleverde.

Maar aan de andere kant is die stilte ook essentieel voor Spinoza's manier van denken. Want in stilte en afzondering van de banaliteit van het dagelijks bestaan, probeerde hij een eenvoudig en zuiver leven te leiden, waarin zijn onafhankelijke gedachten over de positie van het individu ten opzichte van het hoogste religieuze- en staatsgezag goed konden gedijen. Niet toevallig koos de wijsgeer voor het kleine Rijnsburg, dat in die tijd hoofdkwartier was van de vrijzinnig protestante sekte van de Collegianten. Hij waande zich er veilig voor alle verontwaardigde predikanten en rabbijnen die hem van godslastering beschuldigden.

Nu hoeven we ons niet meer druk te maken over de door Spinoza bepleite religieuze tolerantie, want die is in Nederland zo onderhand min of meer een feit. Maar zijn maatschappelijke ideeŽn, die hij deels in Rijnsburg ontwikkelde, zijn nog steeds de moeite van het bestuderen waard. Ze hebben zelfs niets van hun moderne karakter verloren. Zo is Spinoza's ideale staat er een waarin iedereen - van machthebbers tot het gewone volk - in harmonie met elkaar leeft, zich aan de wetten houdt en respect voor elkaar heeft. Alleen zo kan volgens hem maatschappelijke stabiliteit worden bereikt. En juist die stabiliteit is in het huidige Nederland, met zijn crises binnen de agrarische sector, de gezondheidszorg, het openbaar vervoer, het onderwijs en het handhaven van de openbare veiligheid ver te zoeken. Alleen daarom al zou het Spinozahuis met zijn betoverende stilte tijdelijk onderdak moeten bieden aan iedereen die zich verantwoordelijk voor de samenleving voelt. Want intense stilte noopt niet alleen tot zitten, maar ook tot nadenken. En dat is iets waaraan Nederland dringend behoefte lijkt te hebben. Ach! Waren alle mensen wijs.


Natascha:

Hoe is de staat van het Spinozahuis inmiddels? Is het begaanbaar voor geÔnteresseerden, of moeten er al wat universitaire titels op gebied van wijsbegeerte verworven zijn om entree te mogen verkrijgen?

Jaap Faber:

Hoe komen de dichtregels van D.R.Camphuijsen ( Ach waren alle mensen wijs...) op de gevel van het Spinozahuis?

Plaats een reactie


Reacties

Aanbevolen

Powered by
Movable Type 4.1