«« De kier van de scepsis
Begin
En zo ontstaan dus de gevoelens »»

Westerse cultuur schatplichtig aan geloof

directe link naar dit bericht link naar de reacties rubriek: recensies

In Amerika geldt Leo Strauss als een van de grote inspirators achter de opleving van het neoconservatisme onder George Bush. Dat is niet terecht. Maar actueel is deze Joods-Amerikaanse denker zeker. Met Marc Janssens.

In Amerika geldt Leo Strauss als een van de grote inspirators achter de opleving van het neoconservatisme onder George Bush. Dat is niet terecht. Maar actueel is deze Joods-Amerikaanse denker zeker. Orthodoxe christenen en moslims kunnen in hun cultuurkritiek aan Strauss - die zichzelf als ongelovig beschouwde - veel argumenten ontlenen. En voor het debat over de multiculturele samenleving betekent zijn werk een onmiskenbare verdieping.

In 1998 promoveerde David Janssens, rechtsfilosoof aan de Universiteit van Tilburg, op het werk van de Joods-Amerikaanse filosoof Leo Strauss (1899-1973). Dat is opmerkelijk, want in het Nederlandse taalgebied was nog nauwelijks iets verschenen over deze filosoof, die in Amerika volop in de belangstelling staat. Janssens (Leuven, 1971) raakte met Strauss in aanraking via het werk van de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama, die in 1992 zijn befaamde werk Het einde van de geschiedenis publiceerde. ,,Ik vond het een merkwaardig boek, waartegen filosofisch allerlei bedenkingen in te brengen zijn. Het is een beetje hoera-verhaal over de triomftocht van het kapitalisme. Maar het vreemde is dat Fukuyama aan het slot zijn eigen these in twijfel trekt. In de noten zag ik steeds de naam van Leo Strauss opduiken, die in de jaren dertig vanuit Nazi-Duitsland naar Amerika is gevlucht. Ik ben vervolgens zijn hele werk gaan lezen en heb mijn uitgangspunt genomen in Strauss' vroegere publicaties.''

Een van die boeken ging over Spinoza. Deze Verlichtingsdenker uit Rijnsburg heeft veel succes geboekt met zijn kritiek op openbaringsreligies. Maar Strauss toont in zijn diepgravende studies aan dat Spinoza in werkelijkheid geen enkele gefundeerde kritiek op de orthodoxie heeft kunnen leveren. ,,Spinoza faalde op het meest cruciale punt. Hij nam namelijk aan dat de Bijbel een document is dat door de mensen werd geschreven. Maar dat is juist wat een orthodox gelovige bestrijdt: de Bijbel is geen menselijk boek, maar een goddelijk. Spinoza probeerde religie te verwerpen, maar de argumenten die hij gebruikte veronderstellen dat de religie al verworpen Ýs. Daardoor kreeg hij geen vat op de kern van de orthodoxie, het geloof in een persoonlijke, almachtige en ondoorgrondelijke Schepper.''

Toch was Spinoza succesvol in zijn strijd tegen de godsdienst. Dat komt omdat zijn (falende) rationele kritiek gepaard ging met twee andere ontwikkelingen. Zo wilde hij een filosofisch wetenschappelijke verklaring van de wereld geven, waarin een almachtige God niet meer nodig is om natuurverschijnselen te verklaren. ,,Maar nog belangrijker was de spot die Spinoza en andere Verlichtingsdenkers hanteerden. Er kwam een retorische beweging op gang om het geloof in de marge te drukken. 'Die wonderverhalen uit de Bijbel kun je toch niet geloven?' Ook hier geldt dat zulke spot de kern van het geloof onaangetast laat. Voor iemand die gelooft, wijzen wonderen juist op de almacht van God. Strauss is een van de eersten geweest die gewezen heeft op de cruciale rol van dit spotoffensief in het succes van de Verlichting.''

De analyse van Strauss is nog steeds actueel, meent Janssens, die zichzelf eveneens niet gelovig acht. Spot ten aanzien van gelovigen komt namelijk ook nu voor. Als voorbeeld kunnen politieke partijen als SGP en ChristenUnie dienen, maar eveneens de Reformatorische Wijsbegeerte. ,,Ik ben daar niet goed in thuis, maar ik vermoed dat toch wat meewarig gekeken wordt naar een filosofie die zijn uitgangspunt neemt in het geloof. SGP en ChristenUnie worden in Belgische kranten beschreven als folkloristische partijen van wie de achterban in klederdracht loopt. Maar ook daar geldt dat een meewarige houding tegenover klederdracht aan de kern van het geloof niets afdoet.''

Janssens vindt dat de orthodoxe bijbelwetenschap gebaat is bij de filosofie van Strauss. ,,De moderne kritische bijbelwetenschap met zijn nadruk op vrijzinnigheid is voortgekomen uit het werk van Spinoza. Om de aanvallen te pareren, kan de orthodoxie juist bij Strauss te rade gaan. Strauss had veel bewondering voor theologen als Calvijn en Karl Barth, die de Bijbel als openbaring serieus namen.'' Ook de moderne bijbelwetenschap zou zich juist aan het werk van Strauss moeten spiegelen. ,,Zij moet terug naar een primitieve vorm van Bijbelwetenschap en de vraag onder ogen zien, wat het betekent dat de Bijbel een geopenbaard document is.''

Op vergelijkbare wijze kan de Joods-Amerikaanse filosoof van waarde zijn voor het debat over de multiculturele samenleving, meent Janssens. Vaak wordt vanuit neoliberale kring gesteld dat de islam eerst een Verlichting nodig heeft, wil ze een plaats in de parlementaire democratie verwerven. ,,Dat is eigenlijk een vreemde en arrogante stelling. De islam heeft in de twaalfde eeuw al een Verlichting meegemaakt, een paar eeuwen eerder dan het christendom. Islamitische denkers als Averro÷s en Avicenna hebben geprobeerd de islam een redelijke grondslag te geven, zonder het geloof openlijk aan te vallen zoals later bij het christendom is gebeurd.''

Volgens Janssens sluit Strauss zich in zijn denken bij deze Middeleeuwse filosofen aan. Met hun redelijkheid probeerden zij scherpe, haast messianistische kanten van de islam te temperen. ,,Het geloof heeft zijn rationele behoeften en daarmee zijn grenzen. Van die inzet zou de moderne politieke islam met zijn extremistische neigingen kunnen leren. Er zijn grenzen aan wat politiek haalbaar is. Ook Strauss heeft zich altijd tegen elke vorm van maakbaarheidsideologie verzet.''

Tegelijk dient de moderne samenleving met zijn neoliberale inslag oog te hebben voor wat de islam werkelijk inhoudt. Strauss en de Middeleeuwse filosofen namen de islam als godsdienst immers wel serieus. ,,Er is tegenwoordig een tendens de islam vooral te zien als een cultuur; zie de opmerking van wijlen Fortuyn over de 'achterlijke cultuur'. Daarmee haalt men de angel uit het debat, omdat de islam zoals deze zichzelf begrijpt, juist geen cultuur is. Het is geen mensenmaaksel, maar biedt net als het christendom en jodendom een overtuiging die aanspraak maakt op een transcendente waarheid.'' Aangezien die claim filosofisch nooit is weerlegd, moeten deze religies serieus worden genomen. ,,Strauss stelt dat de moderne filosofie en daarmee de westerse cultuur nog steeds schatplichtig is aan het geloof. Modern ongeloof is voor een groot deel geseculariseerd geloof.''

Wie werkelijk zonder religie wil leven en denken, moet volgens Janssens ook eens te rade gaan bij klassieken als Plato en Socrates. ,,Socrates gold als niet gelovig, maar had wel de waarheid lief. Daarmee was hij filosoof in de letterlijke betekenis van het woord: iemand die wijsheid begeert. Socrates ging uit van de vraag: wat betekent het om zonder geloof en op eigen kracht zich te oriŰnteren, hoe moeten we dan het goede leven leiden?'' Wie door de moderne filosofie is be´nvloed, kan veel van deze klassieke filosoof leren. ,,Iemand die de waarheid liefheeft, wordt niet gedwongen tot een dogmatische verwerping van de openbaring. Ongelovigen kunnen niet om de claim van openbaringsreligies heen.''

Strauss' naam duikt tegenwoordig veel in Amerika op. Dat ligt niet aan diens weerlegging van de moderne religiekritiek, maar meer aan zijn vermeende invloed op de visie van de neoconservatieve regering onder Bush. Janssens: ,,Er doen veel mythes de ronde, alsof Strauss politici als Wolfowitz en Rumsfeld zou hebben be´nvloed, dat Amerika een zendingsfunctie in de wereld zou hebben. In werkelijkheid is die invloed waarschijnlijk toe te schrijven aan Strauss' leerling Allan Bloom, auteur van The Closing of the American Mind. Strauss zelf was zeer beducht voor elke maakbaarheidsideologie. Hij zou veel kritiek hebben gehad op de visie elders in de wereld democratieŰn te stichten.''

N.a.v. David Janssens, Tussen Athene en Jeruzalem, Filosofie, profetie en politiek in het werk van Leo Strauss, Amsterdam 2002, Uitg. Boom.

Plaats een reactie


Reacties

Aanbevolen

Powered by
Movable Type 4.1