«« Spinoza Classicus
Begin
De Verlichting was vooral radicaal »»

Spinoza kreeg Leibniz op bezoek

directe link naar dit bericht link naar de reacties rubriek: recensies

Het was meneer Spinoza aan de Paviljoensgracht te Den Haag die de mensheid de weg van het atheïsme liet zien. Een huivering ging door Europa. Ook door de Duitse denker Leibniz, die snel verdedigingswerken opwierp. Een halve eeuw later stak Voltaire de draak met beiden, Spinoza en Leibniz. Marinus de Baar bespreekt twee boeken over geloof en ongeloof in Barok en Verlichting. Uit Trouw.

Waarom heeft een vlieg zes poten terwijl die maar weinig lichaamsgewicht hebben te dragen? Een zekere Saint-Pierre schreef in 1784 dat dit Gods wijsheid belichaamt: een vlieg gebruikt zijn voorste twee poten om zijn kop te wassen en zijn achterste twee poten om zijn vleugels te poetsen en daarbij steunt hij wisselend op zijn voorste en op zijn achterste vier poten. God heeft niets aan het toeval overgelaten, zoals het een wijze schepper betaamt.

Voor velen was het een godsbewijs dat in de natuur alles zo netjes geregeld was: ,,Hoe groot zijn Uw werken, o Heere! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt'' (psalm 104). Zelfs een vlieg dus. Maar dat God in de moderne tijd (de zeventiende en achttiende eeuw) zo vaak en uitvoerig werd aangetoond in zelfs de nietigste schepselen, geeft aan dat Hij niet langer een vanzelfsprekendheid was. Al die vertogen en verhandelingen over God en zijn natuur werden geschreven in het besef van een donkere dreiging achter de horizon: de opkomst van athe´sme en spinozisme.

Voor Spinoza was het zo dat degenen die voor alles een Goddelijke oorsprong zochten, daarmee een beroep deden op een onkenbare grootheid en dus eigenlijk een eredienst aan hun eigen domheid oprichtten. Leibniz heeft zijn leven besteed aan het overeind houden van wat Spinoza onderuit haalde: een God die alles regelt en bestuurt in deze werkelijkheid die dan ook 'de beste van alle mogelijke werelden' is.

Dat laatste is weer door Voltaire onsterfelijk belachelijk gemaakt in diens filosofische satire 'Candide': er is wel een God, dacht Voltaire, maar die bemoeit zich niet met van alles en nog wat. Hij vond dat Spinoza een dwaallicht en Leibniz een dwaas was. Voltaire mijmert ergens hoe Spinoza na zijn dood voor zijn Maker verscheen: ,,Neem me niet kwalijk, zei hij tot Hem met zachte stem. Maar ik denk, tussen jou en mij, dat jij niet bestaat.'' Kortom: Spinoza maakte God een kopje kleiner, Leibniz rekende af met Spinoza, en Voltaire op zijn beurt maakte korte metten met allebei.

,,Al wat is, is in God en niets is zonder God bestaanbaar noch denkbaar'', luidt stelling nr. 15 uit deel I van Spinoza's 'Ethica'. Toch merkwaardig voor een athe´st, zou je denken. Maar de aap komt gauw genoeg uit de mouw. Overal waar hij schrijft over God bedoelt hij de natuur. En dan komt de hiervoor geciteerde stelling juist in zijn tegendeel te verkeren: er is geen God en alleen maar natuur.

Daarom is de natuur ÚÚn enkele substantie (een substantie bestaat op zichzelf en fungeert als een drager van eigenschappen) die zich manifesteert in de oneindige verschijningsvormen (zoals gesteenten, planten, dieren, enzovoort) waaruit de natuur bestaat. Buiten die enkele substantie (de natuur) en haar verschijningsvormen is er niets; er is geen 'bovennatuur' of God. En alles wat bestaat en gebeurt kan dan ook slechts zijn oorzaak in de natuur zelf hebben, dat wil zeggen alles vloeit voort uit de natuurwetmatigheden en gebeurt noodzakelijkerwijs.

De natuur is dus de totaliteit van het bestaan; zij is onbeperkt en onbegrensd, daarmee eeuwig (ongeschapen), oneindig en noodzakelijk (er is niet iets buiten de natuur waarvan de natuur afhankelijk zou zijn). Dit was het credo van een athe´st. Een huivering ging door Europa.

In november 1676 ging Leibniz op bezoek bij Spinoza, aan de Paviljoensgracht in Den Haag. Die ontmoeting is het brandpunt van Matthew Stewarts recente boek over Spinoza en Leibniz: wat zouden die twee antagonisten met elkaar te bespreken hebben gehad? Dat zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen. Maar uit aantekeningen en opmerkingen van Leibniz trekt Stewart de naar zijn idee onvermijdelijke conclusie dat Leibniz op dat moment (nog) een Spinozist was.

Dat lijkt op het eerste gezicht hoogst onwaarschijnlijk. Maar laten we dan eens redeneren zoals Leibniz deed: er is ÚÚn God, die zich belichaamt in de oneindige verscheidenheid van de natuur waarin alles bestaat en gebeurt omdat het door God is bestemd en wordt bestuurd. En dan zie je overeenkomsten, vooral in hun beider noodzakelijkheidsdenken.

Het grote verschil is natuurlijk dat bij Leibniz alles zijn oorzaak heeft in een boven de natuur verheven God, terwijl bij Spinoza alles uit de natuur wordt verklaard. Er is veel dat dubbel is in Stewarts 'dubbelbiografie': Spinoza's natuur en Leibniz' God vormen elkaars spiegelbeeld, elkaars alter ego, hun clair-obscur. Wat de ÚÚn begrijpt vanuit de natuur wil de ander verstaan vanuit God.

Mogelijk heeft Leibniz bij zijn bezoek in Den Haag begrepen hoe gevaarlijk hij overhelde naar Spinoza. Later heeft hij die ontmoeting gebagatelliseerd en juist de verschillen tussen hen beiden geprofileerd. Dan zal hij argumenteren dat de natuur niet uit ÚÚn substantie bestaat (die op zichzelf bestaat) maar uit een oneindig aantal eenheden, die hij 'monaden' noemt, en die door God in ÚÚn keer zijn geschapen in alle mogelijke combinaties, die alle verschijningsvormen van de natuur verklaren.

Die monaden coŰxisteren harmonieus met elkaar, zodat alles met elkaar samenhangt, niets toevallig is, en alles een redelijke oorzaak heeft die wortelt in God.

Voor Voltaire was dit een overtrokken gedachte en een bron van vermaak. Als Leibniz in alle ernst schrijft dat er zelfs een reden is waarom ik bij het verlaten van een kamer eerst mijn rechtervoet naar voren plaats (in plaats van andersom) grijpt Voltaire zijn kans om dat belachelijk te maken in een zogenaamde dialoog tussen een brahmaan en een jezu´et.

De brahmaan vertelt hoe de moord op koning Hendrik IV van Frankrijk (door Ravaillac) werd veroorzaakt doordat hij ergens in IndiŰ ooit een wandeling begon met zijn linkervoet. Want daardoor stootte hij per ongeluk tegen een vriend aan, die daarom verdronk. Diens weduwe hertrouwde met een Armeense koopman, kreeg een dochter die met een Griek trouwde, die weer een dochter kregen welke zich zou vestigen in Frankrijk en zou trouwen met de vader van Ravaillac. Je ziet wel, zegt de brahmaan tegen de jezu´et, dat alles afhing van mijn linkervoet, die weer verbonden is met alle gebeurtenissen in het universum.

Leibniz' latere credo luidde: Stop Spinoza!

Spinoza -- Leibniz - Voltaire

Spinoza (1632-1677): grootste Nederlandse filosoof, van Portugees-joodse afkomst. Schreef 'Theologisch-politiek traktaat' (1670) waarin hij de scheiding van kerk en staat propageerde, en de 'Ethica' (1677).

Leibniz (1646-1716): Duits filosoof, schreef zijn 'Theodicee' (1710) als een rechtvaardiging van God tegenover het bestaan van het kwaad in de wereld. Schreef ook de 'Monadologie' (1714). Was daarnaast diplomaat, historicus en wetenschapper (vond de differentiaalrekenkunde uit, net als maar onafhankelijk van Newton).

Voltaire (1694-1778): brandpunt van de Franse Verlichting; schreef veel toneelstukken maar is nu vooral bekend van zijn filosofische sprookjes (o.a. 'Candide'); voorvechter van godsdienstige tolerantie en mensenrechten en tegenstander van religie en dogma's (o.a. in zijn 'Filosofisch Woordenboek', 1764).

Athe´sme - the´sme - de´sme

Athe´sme is de ontkenning van God (vaak in combinatie met materialisme: er is alleen maar materie). The´sme is de aanvaarding van een God die bestaat buiten Zijn schepping, er boven uitstijgt en ook in Zijn schepping ingrijpt. The´sten aanvaarden ook de Openbaring (de Bijbel) en de godsdienst (kerken en dogma's). De´sme is de afwijzing van Openbaring, kerk en dogma's, maar gelooft wel in een Opperwezen dat de wereld heeft geschapen maar er zich overigens niet mee bemoeit.

Spinoza, Leibniz en Voltaire waren respectievelijk athe´st, the´st en de´st: de drie enige manieren waarop Europeanen in de zeventiende en achttiende eeuw konden omgaan met God.

Spinoza had God niet nodig om een deugdzaam en tevreden leven te leiden. Leibniz dacht dat je enkel gelukkig kon zijn in het geloof dat alles in de wereld bestaat en gebeurt zoals het door God is bedoeld. En Voltaire was tevreden met een God die zich niet met zijn leven en de wereld bemoeide.

Voltaire begreep precies waarin athe´sme en the´sme overeenkwamen: in hun noodzakelijkheidsdenken. Dat resulteert in fatalisme en laat niets over aan menselijke vrijheid en onze verantwoordelijkheid om te werken aan een betere wereld. ,,Wij moeten onze tuin bewerken'', schreef Voltaire aan het einde van 'Candide'. En de tuin, dat is ons leven en de wereld.

Biograaf Pearson beschrijft hoe Voltaire zich heeft ingezet voor mensenrechten en vrijheid. Ook hoe hij zijn eigen tuin bewerkte, letterlijk en figuurlijk: Voltaire hield van tuinieren maar hij boerde ook financieel gezien niet slecht - 'Voltaire de almachtige' was allemachtig rijk.

Stewarts boek is spannend, zelfs fascinerend, maar soms ook speculatief. Volgens Stewart, die enige overdrijving niet schuwt, wordt Leibniz' latere leven gedragen door het adagium 'Stop Spinoza', een obsessie die hem bleef achtervolgen.

Dat trekt het beeld wel wat scheef. Stewart wil ook graag gewicht geven aan zijn visie op beide denkers door op te merken dat tegenwoordige discussies over de scheiding van kerk en staat, theocratie en secularisme, en over 'botsende beschavingen', begonnen met de confrontatie tussen Spinoza en Leibniz in Den Haag. Dat spreekt tot de verbeelding. Maar historici weten dat je het verleden op zijn eigen termen moet beoordelen en niet met huidige criteria de maat moet nemen. Niettemin, Stewart heeft wel degelijk wat te melden en hij doet dat met deugdelijke argumenten.

Pearson komt niet met nieuwe inzichten, maar is wel uitvoerig zonder een moment te vervelen. Hij weet hoe je een verhaal moet vertellen.

Als zijn biografie de lichtvoetigheid, de vaart en de vertelkunst van 'Candide' wil benaderen (evenaren is nagenoeg onmogelijk), en als Candide 'het beste van alle mogelijke verhalen is', dan is Pearsons prestatie misschien toch wel 'de beste van alle mogelijk biografieŰn' over Voltaire.

Copyright: Baar, M. de

Comments (2)

Emiel arron :

Geachte,,

Mag ik dit artikel gebruiken in mijn lessen geschiedenis

Hoogachtend

ing.E.Arron

Emiel arron :

Geachte,,

Mag ik dit artikel gebruiken in mijn lessen geschiedenis

Hoogachtend

ing.E.Arron

Plaats een reactie


Reacties

Aanbevolen

Powered by
Movable Type 4.1