«« Verlichting en existentiële rebellie
Begin
De rede, niets dan de rede »»

Strijd om Spinoza

directe link naar dit bericht link naar de reacties rubriek: artikelen

"Een schande, dat is het!" Tijdens de jaarlijkse algemene ledenvergadering van Vereniging Het Spinozahuis voerde Ton de Kok met donderende stem het woord. Hij sprak de aanwezigen leden toe in de hoop medestanders te vinden voor een actie met als doel "Spinoza in het eindexamen VWO" te krijgen. Ook in de laatste Filosofiemagazine van september wordt nog eens op die kwestie ingegaan. Maar zit Spinoza dan niet in het eindexamen filosofie voor de VWO? Een overzicht van de gebeurtenissen en een schokkende conclusie.

Onderstaand geef ik allereerst de gebeurtenissen in min of meer chronologische volgorde. Daarbij maak ik gebruik van de notulen van de begeleidingscommissie die via een beroep op de Wet Openbaarheid van bestuur zijn opgevraagd. Daarna concludeer ik hoe de keuze om Spinoza niet in het boek 'Rede en religie' op te nemen tot stand is gekomen.

Hoe het begon

Dat het vak Filosofie in 1997 een plek in het voortgezet onderwijs kreeg was de bekroning van een jarenlange strijd door de, wat nu heet, Vereniging Filosofiedocenten in het voortgezet onderwijs (VFVO). Sindsdien werkt de begeleidingscommissie filosofie (Bcfvo) de gekozen driejarige thema's uit. In het thema Rede en religie, dat van 2007 tot 2010 loopt, werd tot verbijstering van velen de filosoof Spinoza niet genoemd. Het leidde tot een ingezonden brief in het NRC Handelsblad door Ton de Kok, Nanne Bloksma en Miriam van Reijen. De briefschrijvers vroegen zich af of "een commissie van vooraanstaande filosofen door onnozelheid of nalatigheid Spinoza over het hoofd [kan] zien?" Of zijn het "naar fundamentalisme neigende christenen" die Spinoza hebben kaltgestelt?

Een reactie bleef niet uit. Allereerst stuurde de secretaris van de begeleidingscommissie filosofie een brief aan NRC die prompt op 6 april werd gepubliceerd. Daarin sust hij de zaak door te zeggen dat Spinoza wél bij de schoolexamens wordt geëxamineerd. En dat leerlingen 80% van hun tijd dáár mee bezig zijn. Case closed, leek het.

Maar dan wordt op 29 april een e-mail rondgestuurd met de oprichtingsaankondiging van het comité ‘Spinoza in het eindexamen VWO!’. De begeleidende brief is gericht aan Minister Plasterk met de vraag of deze "alles wat binnen [zijn] mogelijkheden ligt [wil] doen om Spinoza de plaats te geven die hij verdiend in het centraal eindexamen filosofie."

In de e-mail wordt gevraagd om "lid te worden van het comité door bijgaande brief aan Minister Plasterk te ondertekenen." De brief is door 90 mensen ondertekend. Niet de minsten, onder meer een oud vice-voorzitter NWO, een commissie voorzitter NWO, en 12 x een laureaat Spinozapremie staan op die lijst, die nog eens laat zien hoe groot de invloed van Spinoza is in Nederland.

De Vereniging Filosofiedocenten in het voortgezet onderwijs, vfvo, is echter verbluft en reageert op 23 mei in een brief aan Minister Plasterk. In die brief schrijft ze: "Spinoza maakt deel uit van de permanente canon van het filosofie onderwijs in Nederland. Hij komt zowel in het examenprogramma, in alle lesmethoden als in de lessen aan bod. Dit jaar werd er ook in het centraal examen vwo een vraag met betrekking tot Spinoza gesteld." Ze constateert verder "dat de mensen achter het ‘comité’ geen kennis hebben genomen van de inhoud van het examenprogramma en de achterliggende visie op het vak."

Op 12 mei, tijdens de algemene jaarvergadering van Vereniging Het Spinozahuis, wordt de brief aan Plasterk door Ton de Kok geïntroduceerd bij de leden en het bestuur van de Vereniging. In haar reactie wordt door drie mensen uit het bestuur, die tijdens de voorafgaande pauze geïnstrueerd worden door scheidend voorzitter Kees Schuyt, de oproep aan het bestuur om de brief te ondertekenen afwijzend beantwoord. Kersverse voorzitter Van Bunge wijst er op dat de Vereniging op andere wijze de aandacht voor, en de ontwikkeling van het onderzoek naar, de filosofie van Spinoza ondersteunt. Onder meer door het instellen van een leerstoel, het geven van cursussen en de uitgave van de reeks "Mededelingen".

Maar daarmee was de ophef nog niet over. In het tweemaandelijks magazine Filosofie heeft de VFO, de Vereniging voor Filosofie Onderwijs, een aantal pagina's publicatieruimte. Die vereniging, met een van de briefschrijvers aan het NRC als voorzitter, plaatst in het juni/juli 2007 nummer integraal de ingezonden brief uit NRC van 5 april, en laat die volgen door de reactie van de secretaris Bcfvo en enkele steunbetuigingen aan het adres van de briefschrijvers.

De voorzitter van de VFVO, Philippe Boekstal, schrijft in juni 2007 in het huisorgaan, met de toepasselijke titel „Spinoza”, een reactie op de oproep in NRC, en de plaatsing van stukken in het blad "Filosofie". Boekstal is met name verbolgen over het feit dat de actie tegen alle procedures indruist. "Het is triest dat we van de Spinoza beweging in Nederland nooit enige vorm van steun hebben gekregen bij de opzet en ontwikkeling van ons vak. .. We kunnen ons nauwelijks voorstellen dat een minister die als columnist aanschopte tegen de wens van de vorige minister – Maria van der Hoeven – om Intelligent Design in de biologielessen op te nemen, nu zelf als minister gaat ingrijpen in een afgerond eindexamenonderwerp." Dat de bemoeienis indirect afkomstig is van de VFO stelt hem extra teleur, omdat de afspraak is dat VFO en VFVO zich niet inhoudelijk met elkaars vakgebied bemoeien.

Diezelfde Filosofie, van juni/juli, bevat verder een merkwaardig bericht waarin de indruk wordt gewekt dat Vereniging Het Spinozahuis en de Amsterdamse Spinozakring aan elkaar verbonden zijn. Bij navraag wordt zulks door beide verenigingen ontkend. In het ingezonden stuk nam Vereniging Het Spinozahuis slechts afstand van desbetreffende actie.

Tenslotte laat de redactie van het blad "Filosofiemagazine" in het september nummer Haije Bouman aan het woord, het voormalig bestuurslid van de Amsterdamse Spinozakring, en mede-opsteller van de brief aan Plasterk. Die vertelt nog immer geen reactie te hebben gekregen van de minister, iets wat ook door Ton de Kok wordt onderschreven.

Hoe dit afliep

Hoe komt het dus eigenlijk dat Spinoza niet behandeld wordt in het thema (of wellicht beter, boekwerk) 'Rede en Religie'? De verklaring daarvoor blijkt even simpel als zorgwekkend. Degene die daarin een beslissende stem heeft gehad is de schrijver van het boek, Michiel Leezenberg. Hoe dat kwam?

Tijdens een vergadering van de Bcfvo op 24 januari 2005 werd voor het eerst gesproken over de primaire teksten voor het boek. Bij die vergadering was Leezenberg aanwezig. Hij koos voor Al-Farabi en Thomas van Aquino, en Kant omdat die goed aansluit bij Al-Farabi. Vooraangaand aan de vergadering van 19 juni 2006 werd er verder over een geschikte primaire tekst bij hoofdstuk 4.5 (‘Macht, tolerantie en geweld’) gediscussieerd. Toen kwamen drie mogelijke teksten, van Locke, Spinoza en Voltaire, aan bod. Tijdens de vergadering op 24 januari 2007 is uiteindelijk voor Locke gekozen.

Niets mis mee, natuurlijk. But the devil is in the details.

Want toen Vereniging Het Spinozahuis ongeveer anderhalf jaar geleden aan Leezenberg per brief verzocht aandacht aan Spinoza te schenken in het boek, reageerde Leezenberg met de opmerking dat het daarvoor te laat was, over de te behandelen filosofen was al beslist. Maar zoals we net hebben kunnen lezen was dat op dat moment nog zeker niet het geval, die keuze werd namelijk pas een half jaar later gemaakt!

Het is dus de wens van deze schrijver geweest om Spinoza niet op te nemen. Hoe die beslissing intern door de Bcfvo is voorbereid en tot stand is gekomen valt echter moeilijk te achterhalen. De notulen zijn zo summier dat veel van het beslistraject onduidelijk is.

De briefschrijvers aan NRC vroegen zich af of er sprake was van een complot van naar "fundamentalisme neigende christenen". Dichter bij de waarheid lijkt het dat het een ongelukkige keuze voor schrijver was. Een schrijver die ook slechts dát doet wat voor hèm het beste is. De vraag is dan ook gerechtvaardigd hoe men er toe gekomen is Leezenberg te vragen. Uit de recensie die Leezenberg recentelijk in NRC publiceerde over twee boeken van Jonathan Israel, en het commentaar dat hij daarop ontving, blijkt dat hij geen enkele affiniteit heeft met Spinoza's filosofie. Spinoza werd dus door de keuze voor Leezenberg al bij voorbaat kaltgestelt. Door onbegrip delfde Spinoza het onderspit.

Natuurlijk valt te speculeren of de keuze voor Leezenberg een strategische zet was om Spinoza buiten dit boek te houden. Maar een wijs man zei eens "never attribute to conspiracy what can be attributed to human stupidity." Misschien is dit dan ook wel beter daarbij gelaten.

Update 10/9: Kris Roose wees me op een aantal storende spelfouten in dit artikel. Daar waar dit geen aanhalingen zijn uit andermans tekst heb ik ze verbeterd. Dank Kris!

Update 19/9: De voorzitter van de VFVO heeft me erop gewezen dat ik zijn naam verkeerd heb geschreven, het is Philippe Boekstal en niet Boekestal, zoals abusievelijk vermeld. Mijn welgemeende excuses daarvoor.

Update 26/9: Vandaag heeft de Amsterdamse Spinozakring via haar website bekend gemaakt dat ze van de minister een brief heeft ontvangen. Die brief werd al verstuurd op 18 juli 2007, maar door een „onverklaarbare speling van het lot” (toeval?) kwam die brief pas „onlangs” bij ze binnen. De brief is onder overgenomen, en ook als PDF te downloaden.

Update 1/10: Door diverse mensen is gevraagd om meer informatie over het eindexamenthema Rede & Religie. De docentenhandleiding die gemaakt is door het BCFVO is te downloaden.

Update 2/10: Een goede vriend zei me dit artikel toch wel erg "complotterig" te vinden. Dat vond ik een spijtige opmerking - met name omdat ik die feiten geef die bekend zijn. Zeker valt over de conclusie te discussiëren, wie zal zeggen wat beweegredenen zijn geweest van de een of de ander? Voor commentaar sta ik dan ook zeker open.
Verder kreeg ik nog de opmerking dat erg negatief over enkelen wordt gesproken. Dat is, in zoverre, niet persoonlijk bedoelt, en mocht dat zo opgevat zijn dan spijt me dat zeer.
Tenslotte: de opmerking in de laatste paragraaf is ook wel bekend als Hanlon's Razor. Men kan daar ook de variant van Hanlon's Razor lezen, namelijk Grey's Law: ""Any sufficiently advanced incompetence is indistinguishable from malice.""


De ondertekenaars van de brief met voor enkelen hun referentie:

  1. Dr. A. C. H. M. (Ton) de Kok, mede-initiatiefnemer en schrijver van het NRC artikel, docent levensbeschouwingen aan het Fons Vitae Lyceum te Amsterdam en oud-kamerlid van het CDA
  2. Frank van Kreuningen, voorzitter Amsterdamse Spinoza Kring, ex-lid Bestuurscollege van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
  3. Ds. J. Knol, predikant PKN kerk te Smilde en schrijver van En je zult spinazie eten (2006) en Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden (2007)
  4. Frank Schut, Price Waterhouse and Coopers
  5. Johan de Jong, directeur Huize Plantage, Amsterdam
  6. Prof.dr. John A. Michon, emeritus hoogleraar psychonomie Universiteit Leiden, oud-directeur Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Leiden, voorzitter NWO Stuurgroep ‘Cognitie en Gedrag’, lid KNAW
  7. Leon Kuunders, www.despinoza.nl
  8. Geert Mak, journalist en publicist
  9. Prof.dr. Willem J.M. Levelt, emeritus hoogleraar cognitiewetenschappen Radboud Universiteit Nijmegen, emeritus directeur Max-Planck-Institut für  Psycholinguistik, oud-president KNAW
  10. Prof. dr. Arnold Heertje. emeritus hoogleraar economie Universiteit van Amsterdam, lid KNAW
  11. Joop den Hertog
  12. Carla van der Voort
  13. Prof. Jonathan Israel, History Princeton University en schrijver van: Radical Enlightenment  (2003) en Enlightenment Contested (2006)
  14. Prof.dr. Peter Hagoort, F.C. Donders Centre for Cognitive Neuroimaging, Radboud University Nijmegen, lid KNAW, laureaat NWO Spinozapremie
  15. Prof.dr. Herman Philipse, Universiteitshoogleraar filosofie Utrecht
  16. Prof. dr. René Jorna, hoogleraar informatiewetenschappen Rijksuniversiteit Groningen, voormalig docent filosofie VWO
  17. Dieneke Naeyé
  18. Bettie Spijksma, bedrijfscoach
  19. Prof. dr. Ger van Middelkoop, emeritus hoogleraar natuurkunde Vrije Universteit Amsterdam en oud-directeur van het NIKHEF (Nationaal Instituut voor Kernfysica en Hoge Energie Fysica) te Amsterdam
  20. Elly Verzaal, pedagoge Koninklijke Bibliotheek
  21. Prof. dr. Wim P. Gerritsen, Scaliger hoogleraar theorie en geschiedenis van de filologie Universiteit Leiden, lid KNAW
  22. Prof. dr. Jaap Mansfeld, emeritus hoogleraar geschiedenis van de filosofie Universiteit Utrecht, lid KNAW
  23. Jan Smits, Koninklijke Bibliotheek
  24. Cor Bon, directeur Mozeshuis / Mozes & Aäronkerk
  25. Prof. dr. Willem K.B. Hofstee, emeritus hoogleraar psychologie Rijksuniversiteit Groningen, lid KNAW
  26. Prof.dr. J. A.R.A.M. (Jan) van Hooff, emeritus hoogleraar gedragsbiologie Universiteit Utrecht, lid KNAW
  27. Prof.dr. Fernando H. Lopes da Silva, emeritus hoogleraar neurowetenschappen, wetenschappelijk directeur Center for Neurosciences, Swammerdam Institute for Life Sciences Universiteit van Amsterdam, lid KNAW
  28. Arthur Meijer, beeldend kunstenaar te Amsterdam
  29. Louise van Tuijl
  30. Prof.dr. J.M. (Jozien) Bensing, hoogleraar klinische en gezondheidspsychologie Universiteit Utrecht, directeur NIVEL (Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg), laureaat NWO Spinozapremie
  31. Lodewijk Wagenaar, conservator Amsterdams Historisch Museum
  32. Erik Couvee, Amsterdams Fonds voor de Kunst
  33. Prof. dr. Gert Holstege, hoogleraar neuro-anatomie, Rijksuniversiteit Groningen
  34. Prof.dr. Henk F. K. van Nierop,  hoogleraar geschiedenis Universiteit van Amsterdam, wetenschappelijk directeur Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw
  35. Prof. Dr A.C. Klinkhamer, emeritus hoogleraar gezondheid Universiteit Utrecht
  36. Dr. John G. Bluemink, ontwikkelingsbioloog, oud-directielid Hubrecht Laboratorium Universiteit Utrecht
  37. Ruud Sillmann, voormalig docent, penningmeester van de Amsterdamse Spinoza Kring
  38. Els Agsteribbe, bestuurslid Amsterdamse Spinoza Kring en van vele andere Amsterdamse organisaties
  39. Dominic van den Boogerd, directeur ‘De Ateliers’ in Amsterdam
  40. Prof. dr. Jon J. van Rood, emeritus hoogleraar interne geneeskunde Universiteit Leiden, voorzitter Stichting Eurotransplant, lid KNAW
  41. Drs. Eric de Marez Oyens, docent Filosofie Ignatius gymnasium en het Fons Vitae lyceum te Amsterdam
  42. Adelei van der Velden, docent Nederlands
  43. Prof.dr. Dirk J. van de Kaa, emeritus hoogleraar demografie Universiteit van Amsterdam, oud vice-voorzitter NWO, oud-directeur Netherlands Institute for Advanced Studies,  lid KNAW
  44. Dr. Ida Sabelis, universitair docent sociale wetenschappen, cultuur, organisatie en management, Vrije Universiteit Amsterdam
  45. Dr. Joed Elich, Uitgever Koninlijke Brill N.V.
  46. Prof.dr. A. J. A. (Bert) Felling, emeritus hoogleraar methodenleer Radboud Universiteit Nijmegen, lid KNAW
  47. Prof. dr. C.C.A.M. (Stan) Gielen, hoogleraar biofysica Radboud Universiteit Nijmegen
  48. Mr. T. (Tiem) Koopmans, advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, lid  KNAW
  49. Dr. S.H.M. (Sacha ) Bem, Departement Cognitieve Psychologie, Universiteit Leiden
  50. Prof.dr. Harm J. Habing, emeritus hoogleraar astrofysica Universiteit Leiden, lid KNAW
  51. Toine de Caluwé, Maatschappelijk ondernemer, directeur Phusis, Leiden
  52. Ir. N.H.H. Beyer, oud lid van de directie van Corus Staal B.V., Heemstede
  53. Ir. Seger Weehuizen, voormalig docent natuur- en wiskunde HBO
  54. Ir. G.J. (Gert Jan) Meijer, architect en stedebouwkundige, voormalig directeur van diverse architectenbureaus en adviesorganisaties, en voormalig wetenschappelijk hoofdmedewerker Faculteit Bouwkunde, Technische Universiteit Delft
  55. Siebrand van der Ploeg, communicatieadviseur Amstelveen
  56. Prof.dr. Jacqueline J. Meulman, hoogleraar toegepaste datatheorie Universiteit Leiden, lid bestuur Afdeling Letterkunde KNAW
  57. Willem J. Heiser, hoogleraar psychologie, statistiek en datatheorie, Universiteit Leiden, directeur Interuniversitaire Onderzoekschool voor Psychometrie & Sociometrie (IOPS)
  58. George P.J. Beyer, M.D., M.P.H. gepensioneerd gynaecoloog
  59. Prof dr. S.A.M. Stolwijk, emeritus hoogleraar strafrecht Universiteit van Amsterdam
  60. Carolien G. Gehrels, wethouder Kunst en Cultuur, Lokale Media, Sport en Recreatie, Bedrijven, Deelnemingen en Inkoop, Gemeente Amsterdam
  61. Drs. Femke Sleegers, journalist
  62. Hugo Sleegers
  63. Ron Peperkamp, publicist
  64. Lidwien Overtoom
  65. T. Yocarini, directeur Museum voor Communicatie, Den Haag
  66. Anna Hulzink, kunstenaar
  67. Erwin de Ruiter, internationaal ondernemer
  68. Drs. A.L. (Ton) Boon, theoloog, directeur Pieterskerk Leiden
  69. Prof.dr. H.P. (Henk) Barendregt, hoogleraar wiskunde en informatica Radboud Universiteit Nijmegen, lid KNAW,  laureaat NWO Spinozapremie
  70. Prof.dr. M. H. (Rien) van IJzendoorn, hoogleraar algemene en gezinspedagogiek Universiteit Leiden, lid KNAW, laureaat NWO Spinozapremie
  71. Prof.dr. Daan Frenkel, FOM Instituut voor Atoom- en Molecuulfysica te Amsterdam, lid KNAW, laureaat NWO Spinozapremie
  72. Prof.dr. Johannes Oerlemans, hoogleraar meteorologie Universiteit Utrecht, Instuut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek, lid KNAW, Akademiehoogleraar KNAW, laureaat NWO Spinozapremie
  73. Ed Romein, onderzoeker Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en promovendus aan de Faculteit Wijsbegeerte, Erasmus Universiteit Rotterdam
  74. Prof.dr. Frederik Kortlandt, hoogleraar beschrijvende en vergelijkende linguïstiek Universiteit Leiden, lid KNAW, laureaat NWO Spinozapremie
  75. Prof.dr F.R. Rosendaal, hoogleraar klinische epidemiologie, Leids Universitair Medisch Centrum, laureaat NWO Spinozapremie
  76. Prof.dr. P. (Paul) .B.  Cliteur, hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap,  Universiteit Leiden
  77. Prof.dr. Ad Lagendijk, hoogleraar ‘waves in complex media’ Universiteit Twente,  lid KNAW, laureaat NWO Spinozapremie
  78. Prof. dr. P. C. Muysken, hoogleraar algemene taalwetenschap Radboud Universiteit Nijmegen, Centre for Language Studies,  lid KNAW, Akademiehoogleraar KNAW, laureaat NWO Spinozapremie
  79. Prof.dr. F.G. (Frank) Grosveld, hoogleraar celbiologie en genetica Erasmus Universiteit Rotterdam, lid KNAW, laureaat NWO Spinozapremie
  80. J.W. Bok, Lector International School of The Hague
  81. Prof. Dr. Ed P.J. van den Heuvel, emeritus hoogleraar sterrenkunde Universiteit van Amsterdam, lid KNAW, laureaat NWO Spinozapremie
  82. Prof.mr. Hans Franken, hoogleraar informatierecht Universiteit Leiden, lid van de Eerste Kamer voor het CDA, lid KNAW
  83. Prof.dr. Jelle Jolles, hoogleraar neuropsychologie en biologische psychologie Universiteit van Maastricht, hoofd gezondheidszorg Klinische Neuropsychologie, Maastrichts Universitair Medisch Centrum
  84. Marja Out, adjunct-directeur Spinoza Lyceum
  85. Prof.dr. Dirkje Postma, hoogleraar pathofysiologie van de ademhaling Rijksuniversiteit Groningen en Universitair Medisch Centrum Groningen, Akademiehoogleraar KNAW, laureaat Spinozapremie
  86. Prof. H. (Henk) J.L. Vonhoff, erelid van de VVD, oud-burgemeester van Utrecht en oud-Commissaris van de Koningin in Groningen
  87. Prof. dr. Jan Luiten van Zanden, hoogleraar economische en sociale geschiedenis Universiteit Utrecht en Senior Research Fellow aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG-KNAW) te Amsterdam, laureaat Spinozapremie
  88. Frans Couwenbergh, portrettekenaar en humanosoof
  89. Dr. L. C. (Rineke) Verbrugge, universitair hoofddocent kunstmatige intelligentie Rijksuniversiteit Groningen, voorzitter Vereniging voor Logica en Wijsbegeerte der Exacte Wetenschappen
  90. Prof.dr. T. A. F. (Theo) Kuipers, hoogleraar wetenschapsfilosofie, Rijksuniversiteit Groningen

 

Comité Spinoza in het eindexamen vwo! T.a.v. Haije Bouwman

Den Haag, 18 juli 2007
Ons kenmerk: VO/OK/07/20709
Uw brief van: 14 mei 2007
Onderwerp: Spinoza in ce vwo


Geachte heer Bouwman,

Uw brief heb ik met belangstelling gelezen. U zult wel van mij willen aannemen, dat ik uw waardering voor Spinoza als een van de grootste Nederlanders deel. Maar juist in het perspectief van waar Spinoza voor stond, en wat hem in zijn tijd daardoor overkwam, mag u van mij niet verwachten wat u mij vraagt.

Ik zal niet als vertegenwoordiger van de overheid, in afwijking van wat de vakdeskundigen en de didactici (naar mij is gebleken met instemming van de leraren filosofie zoals vertegenwoordigd door hun vereniging VFVO) daarover hebben bepaald, gaan voorschrijven dat in het centraal examen filosofie de ideeën van Spinoza aan de orde moeten komen vanwege het geestelijke belang dat de overheid aan die ideeën wenst te hechten.

Dat wil niet zeggen dat ik mij onttrek aan mijn verantwoordelijkheid. Als ik het idee zou hebben dat u gelijk had met uw stelling dat de oorzaak van een en ander zou liggen in ideologische vooringenomenheid van de betrokken vakdeskundigen, dan zou dat voor mij een reden zijn om in te grijpen. Ik heb begrepen, dat u de suggesties in deze richting in een gesprek met betrokkenen hebt teruggenomen. Ik vind dat terecht, want ik ben er zeker van dat het niet zo is.

Ik wil graag nog ingaan op de achtergrond van een en ander. Het gaat niet om het examenprogramma als zodanig: Spinoza komt daar gewoon in voor, dus in elk geval in het schoolexamen. Het gaat nu slechts om het speciale wisselende onderwerp dat een beperkt aantal jaren het centraal examen zal vormen. Aan dat onderwerp worden bijzondere eisen gesteld, die niet slechts vakwetenschappelijk van aard zijn, maar ook samenhangen met didactiek, toegankelijkheid van de originele teksten e.d.

Dat betekent, dat ook bij dit onderwerp het niet bij voorbaat een gegeven is dat Spinoza aan de orde moet, of eigenlijk kan, komen.

Tot slot: onlangs heb ik de definitieve canon van de Nederlandse geschiedenis en cultuur in ontvangst genomen. Het is een naar zijn aard beperkte selectie van 50 ‘vensters’ waarvan alle Nederlanders kennis moeten nemen. De beide staatssecretarissen en ik hebben dat idee overgenomen. Zo zal Spinoza in de zgn. kerndoelen worden opgenomen: de permanente leerstof voor alle leerlingen van 8 tot 12 jaar. Inderdaad: daartegen was verzet. Maar niet voor niets heeft de canoncommissie o.l.v. professor Van Oostrom de keuze voor Spinoza als een van de grootste Nederlanders gemaakt.

Kopie van deze brief zend ik aan prof. dr. Els Goumy, die zich eveneens namens u tot mij heeft gewend en aan de vereniging van de filosofiedocenten VFVO.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

dr. Ronald H.A. Plasterk

Comments (2)

Hello, Leon.
nice to see you.
I'm so glad to your coming.
I am Korean.(south korea).
My page is filled just writing my memoirs.

I study Philosophy especially in Spinoza's Age. (with Descartes and Leibniz etc.)
I was looking for Spinoza's "Tractatus de intellectus emendatione" in Google. I find your page.

I'm poor at English. If I were good at English, I express my heart flutters and happiness. I'm very sorry about that.

I will come your page. But i also don't understand your page, because your page is filled with Dutch(maybe I think).

See you again,

Thanks for your visiting,
and filled with many Spinoza's writings.

Thijs:

Volgens mij is Spinoza wel opgenomen in dat goed inleidend boek (in de filosofie) van mijnheer Michiel Leezenberg maar onrechtsreeks dan via het aanhalen van Al Farabi en andalusische pantheistische mysticisme.

Plaats een reactie


Reacties

Aanbevolen

Powered by
Movable Type 4.1