486

alles, wat tot den moed wordt teruggebragt, gelooven zij dat lasten zijn, die zij hopen na hunnen dood af te leggen, en den prijs der slavernij, namelijk van de vroomheid en de godsdienst te verkrijgen. En niet alleen door deze hoop, maar ook en vooral door de vrees, dat zij na hunnen dood door schrikkelijke straffen zullen getuchtigd worden, worden zij er toe gebragt, om volgens het voorschrift der goddelijke wet, zoover hunne zwakheid en hun krachtelooze ziel dit meebrengt, te leven; en als deze hoop en vrees niet in de menschen was, maar zij integendeel geloofden, dat de zielen tegelijk met het ligchaam vergingen, en dat voor de ongelukkigen, die door de last der vroomheid uitgeput waren, geen langer leven overbleef, dan zouden zij tot hunnen zin wederkeeren, en alles naar hunnen lust willen schikken, en liever aan de fortuin dan aan zich zelven willen gehoorzamen. Dit schijnt mij niet minder ongerijmd, dan indien iemand daarom, dewijl hij niet gelooft, dat hij zijn ligchaam eeuwig met goede spijs kan voeden, zich liever met vergifte >>


aantal woorden: 176