472

Stelling XXXII. Alwat wij volgens de derde soort van kennis begrijpen, daarover verheugen wij ons, en wel verbonden met het denkbeeld van God als oorzaak.

Bewijs. Uit deze soort van kennis ontstaat de grootst mogelijke tevredenheid van den geest dat is (volgens bep. 25 der hartstt) blijdschap, en wel verbonden met het denkbeeld van zichzelven (volgens stell. 27 van dit deel), en bij gevolg (volgens stell. 30 van dit deel) ook verbonden met het denkbeeld van God als oorzaak; w.t.b.w.

Bijstelling. Uit de derde soort van kennis ontstaat noodzakelijk de verstandelijke liefde voor God. Want uit deze soort van kennis ontstaat (volgens de vor. stell.) blijdschap verbonden met het denkbeeld van God als oorzaak, dat is (volgens bep. 6. der hartstt) liefde jegens God, niet voorzoover wij hem ons als tegenwoordig verbeelden (volgens stell 29 van dit deel), maar voorzoover wij begrijpen, dat God eeuwig is, en dit is hetgeen ik verstandelijke liefde jegens God noem.

Stelling XXXIII. De verstandelijke liefde jegens God, die uit de derde soort van >>


aantal woorden: 171