189

den is niets anders dan de werkelijke wezenheid van dat ding.

Bewijs. Uit de gegevene wezenheid van eenig ding vloeijen noodzakelijk eenige gevolgen voort, en de dingen kunnen niet anders dan datgene, wat uit hunne bepaalde natuur noodzakelijk volgt (volgens stell. 29 deel 1). Daarom is de magt van eenig ding of de poging, waarmede het alleen of met anderen iets verrigt, of tracht te verrigten, dat is (volgens stell. 6 van dit deel) de magt of poging, waarmede het in zijn bestaan tracht te volharden, niet anders dan zijne gegevene of werkelijke wezenheid. w.t.b.w.

Stelling VIII. De poging, waarmede eenig ding in zijn bestaan tracht te volharden, sluit geenen bepaalden maar eene onbepaalden tijd in.

Bewijs. Want indien die eenen beperkten tijd insloot, welke de voortduring van het ding beperkte, dan zou uit de magt alleen, waarmede het ding bestond, volgen, dat het na dien bepaalden tijd niet bestaan kon maar moest vernietigd worden. Dit echter is (volgens stell. 4 van dit deel) ongerijmd. Derhalve sluit de poging, waarmede het ding bestaat, geenen bepaalden tijd in, maar het tegendeel, omdat het (volgens dezelfde stell. 4 van dit deel) indien het door geene uitwendige >>


aantal woorden: 195