141

menigte enkele dingen. Want van de enkele dingen kan hij zich, zooals wij gezegd hebben, geen bepaald getal verbeelden. Doch men moet opmerken, dat deze begrippen niet door allen op dezelfde wijs gevormd worden, maar bij ieder verschillend zijn naar evenredigheid van datgene, waardoor het ligchaam het meest is aangedaan, en hetwelk de geest zich met het meeste gemak voorstelt of herinnert. Bij voorbeeld zij, die meermalen met bewondering de gestalte van den mensch beschouwd hebben, denken bij den naam van mensch aan een dier van opgerigte gestalte; doch die gewoon zijn iets anders te beschouwen, zullen een ander algemeen beeld van een mensch vormen, namelijk, dat de mensch een lagchend, een tweebeenig, een ongevleugeld, een redelijk dier is; en zóó zal ieder van de overige dingen naar de stemming zijns ligchaams algemeene beelden vormen. Dus is het geen wonder, dat onder de wijsgeeren, die de natuurlijke dingen alleen door middel van de beelden der dingen hebben willen verklaren, zooveel twisten ontstaan zijn.


aantal woorden: 163