009

het zelfstandige wezen acht gaven, dan zouden zij volstrekt niet aan de waarheid der 7e stelling twijfelen; ja dan zou deze stelling voor allen eene onmiddelijk klaarblijkelijke waarheid zijn en onder de algemeen aangenomene begrippen geteld worden. Want dan zouden zij onder een zelfstandig wezen datgene verstaan, wat in zich zelf is en door zich zelf gedacht wordt, dat is welks kennis de kennis van iets anders niet noodig heeft: doch onder wijzigingen datgene, wat in iets anders is, en waarvan het begrip uit het begrip van datgene, waarin zij zijn, gevormd wordt. Derhalve kunnen wij van niet bestaande wijzigingen ware begrippen hebben; omdat al bestaan zij niet werkelijk buiten het verstand, echter hare wezenheid alzoo in iets anders bevat wordt, dat zij met behulp daarvan kunnen gedacht worden. De waarheid echter van zelfstandige wezens is niet buiten het verstand, behalve in hen zelve, omdat zij door middel van zich zelve gedacht worden. Indien dus iemand zeide, dat hij een helder en duidelijk, dat is waar denkbeeld van een zelfstandig wezen had en des niet te min twijfelde, of zulk een zelfstandig wezen bestond, dan ware dit hetzelfde alsof hij zeide, dat hij een waar denkbeeld had en des niet te min twijfelde of het ook valsch was (gelijk bij voldoende opmerkzaamheid duidelijk blijkt); of indien iemand stelt, dat een zelfstandig >>


aantal woorden: 228